Een Kamermeerderheid wil dat de politie persoonsgegevens van studenten makkelijker kan delen met universiteiten wanneer zij betrokken zijn bij strafbare feiten of ernstige ordeverstoringen. Het plan moet het voor onderwijsinstellingen, zoals de TU Eindhoven, eenvoudiger maken om in te grijpen bij escalerende demonstraties.
Steun vanuit politiek en samenleving
Het voorstel, ingediend door JA21 en de SGP, kan rekenen op brede politieke steun van onder meer het CDA, de VVD en de PVV. De partijen eisen dat de regering samen met universiteiten, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) gaat onderzoeken hoe het delen van deze gegevens juridisch en praktisch haalbaar wordt. Ook onder de bevolking is er veel draagvlak: uit een peiling van het Hart van Nederland Panel blijkt dat 62 procent van de Nederlanders voorstander is van de maatregel, terwijl 23 procent ertegen is.
Nasleep van rellen op de TU Eindhoven
Voor de TU Eindhoven is de politieke discussie zeer actueel. Twee maanden geleden liep een pro-Palestijns protest op de campus fors uit de hand. Actievoerders, die het oneens waren met specifieke academische samenwerkingsverbanden, richtten flinke schade aan en vernielden 23 ramen en zeven deuren. Als het nieuwe plan wordt doorgevoerd, krijgen universiteiten na het ontvangen van politiedata sneller de mogelijkheid om daders direct te schorsen of definitief uit te schrijven als student.
Scepsis bij onderwijsinstellingen
De koepelorganisatie Universiteiten van Nederland reageert echter terughoudend en verwacht niet dat de wetswijziging in de praktijk tot grote verbeteringen zal leiden. Volgens de organisatie is het schorsen of verwijderen van relschoppende studenten momenteel al toegestaan, mits hun identiteit officieel is vastgesteld door de autoriteiten.
“In de praktijk lukt dat alleen vaak niet, omdat politie en OM die gegevens maar in een klein aantal gevallen kunnen achterhalen,” verklaart de koepelorganisatie, waardoor vervolging vaak uitblijft. Daarnaast wijzen de universiteiten op een andere juridische hindernis: rechters blijken in de rechtbank het fundamentele recht op onderwijs veelal zwaarder te laten wegen dan de gepleegde strafbare feiten of ordeverstoringen.








