EINDHOVEN – Wat begon met een ritje naar de Lichtstad met een in dekens gewikkeld voorwerp in de kofferbak, heeft geleid tot een bijzondere kunsthistorische ontdekking. De Eindhovense kunstexpert Remco van Leeuwen speelde een sleutelrol bij de identificatie van een zeldzaam, vroeg-zestiende-eeuws Johannesbeeld afkomstig uit een kerk in het Limburgse Ottersum. Vandaag is het waardevolle houtsnijwerk onder strenge beveiliging overgebracht naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht.
Schrik in de Lichtstad
Het bestuur van de Stichting Cultureel Erfgoed Ottersum had lange tijd geen idee van de werkelijke waarde van het houten beeld van Sint Johannes de Doper. Om publiciteit via televisieprogramma’s te vermijden, besloten zij direct contact op te nemen met Van Leeuwen, die in Eindhoven een eigen antiquariaat bestiert en geldt als een autoriteit op het gebied van historisch houtsnijwerk. De delegatie reisde naar Eindhoven met het beeld los in de kofferbak.
De naïeve manier van transporteren zorgde voor grote schrik bij de Eindhovense expert. Volgens de stichting reageerde Van Leeuwen direct onrustig toen hij zag hoe het fragiele kunstwerk was vervoerd. Zijn bezorgdheid sloeg echter al snel om in verrukking: hij herkende in het houtsnijwerk een uniek exemplaar van de ‘Meester van Elsloo’, een collectief van laatmiddeleeuwse beeldensnijders uit Opper-Gelre. De Eindhovenaar schatte de marktwaarde direct op veertig- tot vijftigduizend euro.
Van roestige spijker naar museum
Het oordeel van de Eindhovense kenner zette verdere onderzoeken in gang. Oud-directeur van het Bonnefantenmuseum Peter te Poel bevestigde de bevindingen van Van Leeuwen en schatte de verzekerde waarde later zelfs op tachtigduizend euro. Dit vormt een flink contrast met het verleden van het eikenhouten beeld: jarenlang hing het in de Ottersumse kerk volkomen onbeschermd aan een roestige spijker nabij het Maria-altaar.
‘Dezen kop niet verkopen’
Dat het beeld überhaupt behouden is gebleven, is te danken aan de standvastigheid van een oud-pastoor. Uit een verborgen kartonnetje achterop het beeld blijkt dat antiquairs al in de jaren dertig van de vorige eeuw aasden op het houtsnijwerk. Biedingen liepen destijds op tot duizend gulden, maar toenmalig pastoor Van Laar weigerde pertinent. Hij liet voor zijn opvolgers een duidelijke boodschap achter: ‘Gelieve dezen kop niet te verkopen’.
Inmiddels is de wens van de pastoor definitief ingewilligd; het kunstwerk is niet verkocht, maar wel veiliggesteld voor de toekomst. Na een verblijf in een zwaarbeveiligde kluis is het gerestaureerde beeld vandaag, dinsdag 19 mei 2026, in bruikleen overgedragen. Het is aan zijn definitieve reis naar de kunstcollectie van het Bisschoppelijk museum in het Bonnefantenmuseum begonnen, waar het binnenkort voor het grote publiek te bewonderen is.








