In de afgelopen weken is de regio opgeschrikt door meerdere grote natuurbranden. Onder meer op de Oirschotse Heide en de Weerterheide rukten hulpdiensten massaal uit. Omdat de branden zich voornamelijk op militaire oefenterreinen concentreerden, klinkt er stevige kritiek op de rol van Defensie. Toch laten de historische cijfers en de omstandigheden een genuanceerder beeld zien.
Gevolgen voor de regio
Eind april ontstonden er in korte tijd vijf grote natuurbranden op militaire domeinen in Nederland, waaronder dicht bij huis op donderdag 30 april op de Oirschotse Heide en nabij de grens van Brabant en Limburg. De gevolgen in onze regio waren aanzienlijk: het asielzoekerscentrum in Budel moest tijdelijk worden ontruimd en Kempen Airport sloot noodgedwongen de deuren. Vanuit de lokale politiek en het bedrijfsleven werd al snel met de vinger naar de krijgsmacht gewezen. Zo eiste de Weertse burgemeester Raymond Vlecken direct overleg met de defensietop en stelde de directie van Kempen Airport dat zij al maanden waarschuwde voor de risico’s van militaire oefeningen in droge periodes.
Aanpassing van protocollen
Door het uitblijven van regen en een harde oostenwind was de natuur eind april kurkdroog. Hoewel het oefenprotocol van Defensie in dergelijke gevallen al een verbod voorschrijft op het gebruik van explosieven en fakkels, ging het toch mis. Een hete uitlaat van een pantserwagen kan in droog gras al voldoende zijn voor een flinke heidebrand. De Koninklijke Marechaussee doet momenteel onderzoek naar de precieze oorzaken van de recente branden. In een reactie heeft staatssecretaris Derk Boswijk inmiddels laten weten dat het oefenprotocol van Defensie verder aangescherpt zal worden om veiligheidsrisico’s in de toekomst te minimaliseren.
Cijfers in perspectief
Ondanks de forse kritiek, toont een blik op de statistieken van vorig jaar dat militaire terreinen niet de enige brandhaarden zijn. In 2025 werden in Nederland in totaal 846 natuurbranden geregistreerd, waarvan er 124 plaatsvonden op een militair oefenterrein. Dit komt neer op ongeveer één op de zeven branden. Bovendien benadrukken experts dat een brand op militair grondgebied niet automatisch betekent dat deze door militairen is veroorzaakt; ook recreanten of voorbijgangers kunnen, bewust of onbewust, de aanstichters zijn.
Bosbeheer en bluscapaciteit
Een bijkomende factor in de brede discussie rondom de branden is het hedendaagse ecologische natuurbeheer. Waar decennia geleden brede brandgangen werden omgeploegd en dood hout direct werd verwijderd, streven beheerders tegenwoordig naar meer natuurlijke bossen. Dode takken en boomstammen blijven liggen om de biodiversiteit te stimuleren. Critici wijzen er echter op dat dit dode hout in droge periodes fungeert als brandstof en paden blokkeert, waardoor vuur zich sneller kan verspreiden.
Tot slot wijst Defensie op de voordelen van hun terreinen en hun actieve rol bij calamiteiten. Branden op schietkampen en oefenterreinen zijn voor de lokale brandweer doorgaans makkelijker te bestrijden, omdat deze gebieden relatief goed toegankelijk zijn voor zwaar materieel en brandweerwagens. Bovendien levert de krijgsmacht zelf structureel een belangrijke bijdrage aan de landelijke brandbestrijding, onder meer door het inzetten van materieel zoals Chinook-helikopters met grote waterzakken en genietroepen die snel brandgangen kunnen aanleggen.








