Ondernemersorganisaties en lokale overheden trokken onlangs nogmaals aan de bel over het overvolle stroomnet in de regio. Hoewel de noodkreet nu luider klinkt dan ooit, diende de huidige stroomcrisis zich al jaren geleden aan. Een combinatie van stroperige samenwerkingen, gebrek aan investeringskracht en geopolitieke factoren heeft geleid tot een netwerk dat letterlijk uit zijn voegen barst.
Klimaatambities en een blinde ontdekkingstocht
De kiem van de huidige problematiek werd deels gelegd na het Klimaatakkoord van Parijs in 2015, dat in 2019 werd vertaald naar nationale afspraken. Regio’s moesten via de zogeheten Regionale Energie Strategieën (RES) in kaart brengen hoe zij lokaal groene energie gingen opwekken. Volgens voormalig bestuurder Frans Kuppens, destijds kartrekker voor de metropoolregio, was dit in de eerste jaren een blinde ontdekkingstocht. Pas jaren later werd de ware impact van de energietransitie echt duidelijk. De verschuiving van centrale stroomopwekking naar decentrale opwekking, zoals de aanleg van talloze losse zonnevelden, vereiste plotseling een compleet nieuwe infrastructuur die vanaf nul moest worden opgebouwd.
Cultuurshock en communicatieproblemen
Deze immense en snelle transitie vroeg om nauw overleg tussen netbeheerders en gemeenten, iets wat in het verleden nauwelijks nodig was. Het oude stroomnet functioneerde immers jarenlang feilloos. Voor netbeheerder Enexis, traditioneel een vrij gesloten en logge organisatie, was de stap naar de politieke bestuurstafel een grote cultuurshock. Strategisch adviseur Robert Aerts van Enexis beaamt dat de netbeheerder destijds haar onafhankelijke rol nog moest uitleggen aan overheden die dachten dat Enexis een commerciële energieleverancier was.
De communicatie verliep in de beginjaren dan ook uiterst moeizaam. Zo liepen de regionale overheden in 2020 de kans mis om zienswijzen in te dienen op de investeringsplannen van Enexis, simpelweg omdat onduidelijk was via welke kanalen hierover werd gecommuniceerd. Volgens voormalig MRE-bestuurder Paul van Liempd gaf Enexis pas openheid van zaken over de exacte knelpunten op het stroomnet toen het eigenlijk al vijf voor twaalf was. Tegelijkertijd wezen gemeenten, provincie en het Rijk naar elkaar in plaats van knopen door te hakken.
Financiële terughoudendheid loopt achter de feiten aan
Naast communicatie speelde geld een cruciale rol. Enexis beheert maatschappelijk geld en voelde de verantwoordelijkheid om de kosten voor de samenleving zo laag mogelijk te houden. Pas als kraakhelder was waar het net verzwaard móést worden, wilde de netbeheerder investeren. De netbeheerders wilden ieder dubbeltje omdraaien, maar ondertussen liep het stroomnet in rap tempo vol. Hoewel de investeringsruimte van Enexis inmiddels is verdubbeld van een naar twee miljard euro, groeit de vraag naar stroom nog altijd veel sneller dan de financiële middelen toelaten. Uiteindelijk worden deze stijgende kosten voor de broodnodige uitbreidingen doorberekend aan de eindgebruiker, waardoor de energierekening voor de burger stijgt.
Geopolitiek en het waterkoker-effect
De situatie werd verder op scherp gezet door externe factoren en politiek opportunisme. De oorlog in Oekraïne dwong Nederland om versneld van het Russisch gas af te stappen. De afhankelijkheid van elektriciteit nam daardoor explosief toe, zonder dat het net daarvoor was uitgerust.
Robert Aerts illustreert het huidige probleem treffend: ‘Vroeger rekenden we per woning een piekbelasting van gemiddeld 1,5 kilowatt. Het opladen van een elektrische auto kost zo’n 10 kilowatt, wat gelijkstaat aan zes tot acht waterkokers. Als in de winter buren om 17.00 uur thuiskomen, hun auto aan de lader leggen, elektrisch gaan koken en de warmtepomp aanspringt, ontstaat er een onhoudbare piek. Dat kan geen enkel stroomnet ter wereld aan.’
Een nieuwe realiteit
De vanzelfsprekendheid dat er altijd en overal onbeperkt stroom uit het stopcontact komt, net zoals water uit de kraan, is definitief voorbij. Experts benadrukken dat oplossingen gezocht moeten worden in een andere inrichting van het stroomverbruik, bijvoorbeeld door de inzet van thuisbatterijen en het onderling afstemmen van verbruik in wijken. Achteraf gezien is iedereen het erover eens: de roep richting de landelijke politiek om miljardeninvesteringen had veel eerder en veel luider moeten klinken.








